Supermarktketen (1)

Eén seconde gedeeld door drie, tegen een achtergrond van conserven. Heel even keken we elkaar aan. Ik zag de zwaarte in je blik, de vrouw waarmee je was, ze keek van jou naar mij en weer vlug terug naar de potten met groenten.
Later bij de kassa stond ik achter jullie. De vrouw legde de boodschappen op de band, en het scheidingsbalkje tussen onze boodschappen. Ze liep langs je en zei: hij betaalt, en deed de boodschappen in haar tas.

Je leek moe. Je verstond de kassiere niet toen ze vroeg of je de bon ook wilde, want je spreekt Engels.
Wie ben je en wat zag ik?