In een notendop: de oerknal

Te elfder ure, en weer die tijd.
Die maar doorraast en doortikt en doorgaat. Hoe dit tempo bij te benen? Is er überhaupt wel iets dat ik nog bij kan houden? Tendens is dat het vuur verdwijnt, de kachel in, terug naar het vonkje van het allereerste begin. Toen de dageraad met een knal in zicht kwam, vogels nog verzonnen moesten worden, seconden bedachtzamer dan ooit ingevuld door het verlangen naar een grootsheid die al het vorige zou overstijgen.
Leven.
En toen in het heelal alles de adem in hield, wat in feite niet kan, dus toen men daar implodeerde, en de tijdserosie langs dwergsterren in de gaten kromp, vertikte ik het om nog langer aan het lijntje gehouden te worden.
Binnen zeven dagen stampte ik die hele handel uit de grond.
Jáááá hoor.
Zo sprak ik.