Iets = Niets

Iets vertelt me waar het is at, je huis of je schoenen, je hoodie zie ik al van mijlen ver aankomen. Waar het specie kwijlt, zijn we in een bakstenen drama beland. Ergens tussen de voegen, waar ooit onze namen geschreven stonden, balanceert een website op de rand van hoop en vrees, draait overuren aan verspilde moeite voor juist die éne, die mooiste, de leukste, de aardigste, of doet u mij de meest complete maar.
Vergeet het.
Niets is compleet.

Als je binnen 5 minuten 7 politieauto’s ziet – maak het 8 – ja dan?
Fuik. OD. Liquidatie. Alsof je vloeibaar wordt gemaakt.
Ik zit hier en drink bier.
We zijn al vloeibaar.
Twee zakenmannen schuiven aan op het terras. Ze spreken niet. De kleinste – een Aziatisch type – snelt naar binnen. Kunnen pissen als je nodig moet, is ‘s werelds grootste goed.
Donkere wolken in de verte vormen een diep blauwgrijze muur, een gebergte achter de gebouwen. Waarom zit ik hier? Ik zou niet meer drinken. Het was de bedoeling dat ik niet meer zou drinken. Ik wilde niet meer drinken.
De twee mannen wijzen elkaar op wat zij denken dat mooie exemplaren zijn van de flanerende soort. Zij denken wat af. En wijzen.
Links, rechts, omhoog, omlaag.

Iets zegt me dat wat er niet is, er toch is. En dat wat er wel is, er niet is. Je zou er zomaar over kunnen gaan nadenken. Maar doe maar niet. Je moet morgen weer werken.