Flessenpost

Hier waar de banen waren, geen hoop hebben we laten varen maar de gelden zijn verwaaid naar andere tijden. De rijke tijden. De glamoureuze tijden. Hier in het donker dreigt mijn lot naar de andere kant over te hellen. Mijn catamaran snijdt door het groenzwarte grachtenwater. Een vissenkop zweeft naar de bodem als ik duik. Fietswrakken. Een helm. Verdriet kan in een handomdraai verdwijnen, als je maar lang genoeg zoekt naar mogelijkheden. Ik ken ze niet, die mogelijkheden.
“We denken hier in kansen.” werd mij verteld. Maar wie zijn ‘we’? Wordt ik geacht daar bij te horen? |De klantmanager sprak eigenlijk de hele tijd op een manier tegen me, die verried dat hij mij iets kwalijk nam. Wat kon het zijn? Hij kende me niet. Waarschijnlijk had hij over mij gehoord van de vorige klantmanager. En die daarvoor. Had hij al een vooringenomen antipathie, want wie van de gevestigde banenorde wil er luisteren naar een onrendabele?

Ik drijf af. En dat is ook precies de bedoeling. Langs de sluizen, waar een lichte stroming voelbaar is en de rivier mij doet verlangen naar het eindpunt. Langzaam trekt een grote draaikolk naar de bodem, waarin een soort zwart gat mij naar binnen zuigt. . Geen engelen, geen honden, geen haaien meer, maar alleen nog water. Terug het geboortekanaal in, langs een vleesgeworden wandmassa van plastic afval; stukjes AH, Hema en Aldi logo’s terwijl ik langs glijd naar het binnenste. Ik moet rustig blijven nu, maar gaat dat lukken? Ik kan mijn adem niet langer inhouden, moet lucht happen.
Net op tijd val ik in een waterloze ruimte, waar blijkbaar wel zuurstof is, want ik kan ademhalen zonder moeite. Het lijkt een aquarium, van heel dik groenig glas. Het doet me denken aan het groene glazen flesje dat ik als kind had. Luchtbelletjes in het glas, als de zon er doorheen scheen de magische gedachte dat ik daar kon wonen als ik wilde. En nu ik er ben.. lijk te zijn… Er is niets. Niets anders dan glas en daarbuiten bijna ondoorzichtig vuil water. Heel vaag zie ik het geboortekanaal, schuin boven mij. Het zou de flessehals kunnen zijn.
Wat nu? Een plan maken. Maar hoe? Met wat? Ik heb geen data. Zonder gegevens kun je toch moeilijk een plan maken. Waar ben ik? Hoe kom ik hier uit? Wat is daar voor nodig? Hoe lang houd ik het hier vol? Is er überhaupt wel een weg terug? Moet ik op een andere manier denken? En hoe dan?