Requiem voor een Bank

Bank

Voor vermoeide buurtgenoten, moskeegangers, passanten met een lekke band sta je hier heerlijk uitnodigend je best te doen. Zonder achterpoten, want daar ben je klaarblijkelijk doorheen gezakt.
Wat meteen het probleem – waarom neemt niemand je mee naar huis? – verklaart.
Als de moede mens zich eenmaal in je heeft laten zakken, komt deze nooit meer overeind.

In de paar dagen dat je daar nu staat, is het gaan regenen en stormen. Meerdere busjes stopten toen ze je zagen staan, maar trokken snel weer op toen ze je gebrek ontdekten. Facebookgroepen wijdden posts aan je eenzame bestaan, zodat er misschien toch nog iemand zich over je zou ontfermen. Eén man waagde zich op het puntje van je zitting om een selfie met zijn hond te maken.
En om je straatwaardigheid nog eens te benadrukken, kreeg je graffiti, geheel in stijl met je wat gruizige zwartwit.

Terwijl de stad aan je voorbijtrekt, denk je aan je overspelige eigenaar, die zich nu op een dure loungehoekbank uitstrekt met zijn kersverse vrouw aan zijn zijde. En aan de vrouwen die hij vóór haar op jou flanken bereed.
Of waren de eigenaren wat gezet en begaf je het al na één nummertje?
Ik zie eerder een paar jongens voor me, gamend, lachend, en in de hitte van het spel één die bovenop je springt, en hoppa: finito. Ze hebben nog een tijdje op je gezeten, maar ook zij kwamen bijna niet meer overeind uit je zachte hoek.

Je werd op straat gezet.

Hoe dan ook, Bank, je staat er mooi bij. Morgen word je opgehaald door de vuilnismannen. Stiekem hoop ik nog op een slimmerik met een goed idee. Iemand die zich bekommert om je welzijn.

Of dat er een betonwagen zich over je uitstort, zodat je vormen voor altijd hier en ter plekke bewaard zullen blijven.